Over de Poel

Jerry Allon
Jerry Allon20 maart 2020

Het is echt onwerkelijk hoe snel zin in waanzin over kan gaan. Nog geen week geleden nam premier Rutte de eerste ingrijpende maatregelen om de verspreiding van het Coronavirus tegen te gaan. Bijna zeven dagen later praten we over lockdowns en overvolle Intensive Care-afdelingen. En nu we allemaal aan huis gekluisterd zijn en dus eigenlijk niet meer in vrijheid leven realiseer ik me dat ik dit gevoel eerder heb gehad.

“Het is echt onwerkelijk hoe snel zin in waanzin over kan gaan.”

Want in mijn leven ben ik twee keer eerder in een situatie beland waarin waanzin mijn klok sloeg en ik mijn vrijheden kwijtraakte. Twee keer ben ik namelijk psychotisch geworden en als gevolg daarvan opgenomen. Beide keren werd ik in razend tempo overvallen door een ziekte die vanuit de verte ineens zonder kloppen binnenviel en ogenschijnlijk in enkele ogenblikken alles in mijn leven over leek te nemen. Mijn zelfbeeld, mijn realiteit, mijn toekomst.
Nog heel scherp kan ik mij de eerste dagen van zo’n episode heugen. Radeloos, labiel, in paniek en verward liep ik helemaal ontdaan de ziekenhuisopname binnen. Ook was ik paranoïde en beducht voor gevaar uit elke hoek. Deze dagen voelden als een eindeloze helledroom waarin een reeks vreselijke scenario’s meteen waarheid leken te worden. Iets anders doen dan de gebeurtenissen heftig piekerend gade slaan kon ik niet.
Misschien wel het vreemdst van allemaal vond ik het verpleegkundig personeel, dat voor mijn gevoel wel erg beheerst en gedecideerd om mij heen ging staan. Het was alsof zij niet werden geraakt door mijn vrees en angsten, alsof ze niet leken te beseffen in welke apocalyptische toestanden wij beland waren. Hoewel ik moest wennen aan dat de wereld was ingestort vertelden zij me dat ik mijn hoofd niet voor deze ziekte moest buigen, en dat ik niet alleen was.
Na geruime tijd begon ik ook te beseffen en te voelen dat ik niet alleen was. Want ik kon met mijn angsten altijd bij die verpleegkundigen terecht. Zij loodsden mij langs obstakels op de voor mij zo onbekende route. In therapie, bij het nemen van medicatie, langs de stress voor wat nog moest komen. Stap voor stap wezen zij mij de weg naar de volgende steen op de route over die poel van waanzin. Echt, zonder het vertrouwen van de kundige verplegers om mij heen was ik nooit aan deze tocht begonnen.
Juist door deze steun raakte ik gewend aan de veranderende omstandigheden. De waanzin leek helemaal naar de bodem van de poel te verdwijnen en dat was het moment dat de verveling zou gaan toeslaan. Want al met al was ik nog steeds opgenomen en kon ik weinig kanten op. De dagen werden langer, mijn gevoel leger en leger. Een verpleegkundige drukte mij op het hart dat verveling een heel goed teken is. Immers, de paniek en angst waren wel vertrokken.
Het zou -gevoelsmatig- nog een flinke tijd duren, maar nadat ik mij had neergelegd bij de verveling begon ik ineens van kleine, maar ook grote dingen te genieten. Een fluitende vogel in de omheinde tuin, een opknappende lotgenoot die er veel ernstiger aan toe was dan ik. Samen met die lotgenoot filosofeerde ik over het leven buiten de hekken, zou de wereld veranderd zijn in de tijd dat wij zulke zware tijden beleefden?
Uiteindelijk kwam het hoge woord op een moment dat ik het niet verwachtte en volgde het mooiste ontslag dat ik mijn hele leven gekregen had. Als een pas geboren kalf hupte ik opnieuw de wijde wereld in, en kwam ik tot drie conclusies die vandaag de dag nog steeds getrokken kunnen worden. Allereerst dat ik weer compleet werd door het weerzien met mensen waarmee ik samen vorm. Daarna ook dat mijn ziekte dus geen einde was, maar hoogstens een nieuw begin.
De derde conclusie was dat één ding in de wereld niet veranderd is. Namelijk dat we nog steeds heldhaftige en fantastische verpleegkundigen hebben zonder wie ik dit misschien wel nooit had kunnen navertellen.

“Echt, zonder het vertrouwen van de kundige verplegers om mij heen was ik nooit aan deze tocht begonnen.”