Honkbal

Er was één ding dat door alle gekte heen sneed en een onbreekbare band vormde tussen mij en mijn vader: honkbal. Deze sport zorgde periodiek voor een opleving van mijn vaders verloren gewaande spontaniteit. Een zondagmiddag die doelloos rond de eigen as draaide, kon op slag veranderen in een glorieus fantasiespel in de achtertuin, als hij de bui te pakken had.

Mijn vader vervulde dan de dubbelrol van onvermoeibare pitcher en bevlogen commentator. Hij wierp de ene na de andere bal en bouwde tegelijkertijd de spanning op met een opzwepend relaas over de bottom of the ninth inning.

Door: Naeem Juliana

Ik sloeg ondertussen aan één stuk door homeruns, met woeste uithalen tegen de door het midden van de strike zone opgediende tennisballen. Gierend van uitzinnigheid maakte ik mijn rondjes langs de geïmproviseerde honken, te weten een trap, twee bomen en een getekend kruis in het zand. Mijn vader kreeg er op dat moment een rol bij; die van hopeloos mistastende outfielder. Strompelend rende hij achter de bal aan, terwijl ik me inbeeldde dat ik toegezongen werd door duizenden fans.

Maar daar bleef het niet bij. Als ik tijdens de nacompetitie, the play-offs, van het Amerikaanse honkbalseizoen bij mijn vader was, voltrok zich altijd hetzelfde ritueel. Vroeg eten, even naar bed om een paar uurtjes te slapen. En dan, om een uur of negen eruit om naast mijn vader voor de televisie te komen zitten.

Zijn ogen lichtten het meest op als The Yankees speelden, de club waar hij als jongetje al supporter van was. Samen met vriendjes uit de buurt vingen ze flarden op via de radio en knipten ze artikelen uit de krant. De rest verzonnen ze erbij en beeldden ze uit op straat. Het technologisch wonder van een live uitgezonden wedstrijd op televisie verloor voor mijn vader daarom nooit haar magie. Hij dronk de wedstrijd als het ware op, met terugwerkende kracht de dorst lessend van het kleine jongetje in hem.

Tijdens de vele reclameblokken sprak hij vaak over de grote honkbal held uit zijn jeugd; Mickey Mantle. Over zijn ongeëvenaarde beheersing van het spel en zijn indrukwekkend persoonlijk verval. Mantle sloeg namelijk met dezelfde toewijding waarmee hij ballen de tribune in joeg de flessen drank achterover. Zijn spectaculaire sportieve succes kon zijn woelige binnenwereld niet tot bedaren brengen. Over zijn destructieve levensstijl zei Mantle, de zoon van een jong gestorven vader: ‘If I’d known I was gonna live this long, I’d have taken a lot better care of myself.’

Later heb ik me weleens afgevraagd of mijn vader nadacht over de parallellen tussen hem en zijn held. Immers maakte ook mijn vader, hoewel niet op een wereldpodium, een spectaculaire ontwikkeling door. Als straatarme Curaçaose jongen naar de HBS, en van daar naar de universiteit in Nederland. Net als Mantle leefde mijn vader, in wiens familie de mannen ook jong stierven, erg gulzig. In zijn geval was het echter niet alcohol waarmee hij geen maat kon houden.

In zijn studentenstad Utrecht ontpopte mijn vader zich tot bioloog in spe annex bevlogen revolutionair. Als studentikoze praatjesmaker annex geëngageerde orator. Eenmaal terug op Curaçao bleek hij een geliefde biologieleraar en een onverschrokken pleitbezorger van een rechtvaardigere samenleving. Vrije tijd en slaap werden zonder scrupules geofferd voor de op hande zijnde revolutie.

Het kon niet op, hij leek de hele wereld aan te kunnen. Mijn moeder zei weleens tegen hem dat hij zo de veertig niet zou halen, en op een bepaalde manier kreeg ze gelijk. Rond zijn veertigste eindigde zijn levenslange vlucht naar voren met een doffe klap tegen een blinde muur. Hij zou zijn lichaam nog twintig jaar met zich meeslepen, maar zijn geest was goeddeels gedoofd. Totdat de spelers in hun pinstripes het veld van Yankee Stadium oprenden. Dan viel even alles van hem af en was aan de fonkeling in zijn ogen te zien dat hij en Mickey Mantle beiden weer even leefden.