Het Goed Maken

Jerry Allon
Jerry Allon2 februari 2020

Na een lunch in de middag kwam ik afgelopen vrijdagavond voor de tweede helft van mijn dubbelbezoek andermaal de drukbevolkte winkel op de Lange Nieuwstraat 10 te Utrecht binnen. Want op dit vrijdagse Astare-programma stond dus -naast de spectaculair smakelijke bietensoep van Karima en haar moeder- bovendien nog iets op de rol. Met een heuse publiekstrekker als headliner, zoals dat in festivaltermen wel heet. Misschien gebruik ik hier meteen iets te populaire woorden, want ex-rechter, oud Nationaal Ombudsman, hoogleraar en lid van de Europese Rekenkamer Alex Brenninkmeijer heeft dan wel de statuur om een ruimte binnen de kortste keren te vullen met geïnteresseerd publiek, al snel valt op dat hij bescheidener is dan zijn CV.

“Moreel leiderschap begint dus door jezelf af te vragen waarom je iets doet.”

Op een kalme en innemende toon legde Brenninkmeijer -die niets met winkelketen C&A te maken heeft- uit dat zijn lezing over moreel leiderschap gaat, een thema waarover hij ook een boek geschreven heeft. Intuïtief had hij de uitnodiging van Astare aangenomen. Dat snap ik ook wel, want de Nederlandse geestelijke gezondheidszorg (GGZ) is nu niet meteen de expertise van de in Luxemburg woonachtige Brenninkmeijer. Toch heb ik deze avond veel prikkelende en boeiende teksten gehoord, teksten die voor de GGZ misschien wel waardevoller zijn dan iemand vooraf had kunnen vermoeden. Brenninkmeijer vertelde namelijk over het verschil tussen macht en moreel leiderschap. Iemand kan zich persoonlijk “genomen” voelen als er botweg macht over hem of haar wordt uitgeoefend. Zeker als iemand niet kan begrijpen waarom dit gebeurt. Moreel leiderschap begint dus door jezelf af te vragen waarom je iets doet. En het antwoord daarop zou bij wijze van spreken aan al je naasten helder uit te leggen moeten zijn.

Dat geldt overigens niet alleen voor een politieman, maar dus ook voor een psychiater. En eigenlijk zou elke organisatie zichzelf deze vraag moeten stellen, met een belangrijk einddoel. De favoriete componist van Brenninkmeijer -Erik Satie- schreef hem op, in een dubbelzinnig einde van een vers: het goed maken. Een principe dat het bovendien bijna tot titel van zijn boek had geschopt, en dat ik dan maar met de titel van dit blog alsnog wil eren. Verder betoogde Brenninkmeijer dat mensen die zich niet aan een cultuur of (professionele) mores willen conformeren vaak worden beticht van onwetendheid of het niet willen snappen.
Dat soort antwoorden worden inderdaad wel eens toegebeten aan mensen die bijvoorbeeld geen fan zijn van de politiek van Trump of aan jonge hulpverleners in de GGZ, als zij kritische vragen of opmerkingen plaatsen. Hoe anders is dat in de praktijk van de meervoudige rechterlijke kamers, daar is het volgens
Brenninkmeijer zeer gebruikelijk dat de jongste rechters als eerst hun bevindingen in een beraad mogen delen. Dat heeft alles te maken met het principe dat zij het meest onbevangen zijn en het minst worden gehinderd door de schaduwzijde van ervaring: te snel lijken te herkennen hoe iets in elkaar zit.

“Neem mensen serieus. Behandel ze met respect -dat wil zeggen: erken ze-. Plus: benader ze vanuit vertrouwen.”

Afrondend kwam de oud Ombudsman nog met vier beginselen die essentieel zijn voor mensen en organisaties die “het goed maken”. Deze beginselen zijn als volgt. Zorg voor persoonlijk contact. Neem mensen serieus. Behandel ze met respect -dat wil zeggen: erken ze-. Plus: benader ze vanuit vertrouwen.  Zoals ik al schreef, de GGZ kan nog veel van Brenninkmeijer leren. Want als zij zichzelf af blijft vragen waarom zij doet wat zij doet en die veilige omgeving creëert waarin ruimte is voor feedback, met name dus van jonge en onbevangen krachten in haar midden, maakt zij het goed. En dat is iets waar we -kwetsbaar voor psychische problemen of niet- echt een gezamenlijk belang bij hebben.