Taams Kliniek

Het was een lange dag in de Taams Kliniek. Samen met mijn vader verplaatste ik me van de ene naar de andere wachtruimte, terwijl achter de schermen dokters de puzzelstukjes van de verschillende aanvullende onderzoeken in elkaar legden. Aan het einde van de dag zou de chirurg de diagnose meedelen: uitgezaaide darmkanker.

Door: Naeem Juliana

Terwijl we wachtten om opgehaald te worden begon mijn vader aan de constructie van een eigen narratief. Hij haalde uit een bruine envelop een röntgenfoto tevoorschijn waarop volgens hem te zien was dat alle onrust voor niets was geweest; hij was kerngezond. Later zou hij hieraan toevoegen dat als er al sprake was van ziekte, hij dit zelf met natuurlijke genezing zou verhelpen.

Op de broeierige parkeerplaats van de Taams kliniek werden we door hitte omsloten. Het gecontroleerde klimaat van de wachtruimtes had aan het werkelijkheidsgehalte van mijn vaders diagnose nog iets afgedaan. Nu dat steriele van ons afviel bleef alleen het naakte feit van het moment over; mijn vader met zijn doodvonnis op zak en ik verslagen aan zijn zijde.

Pas toen mijn vader enige tijd later onophoudelijk moest braken vanwege een darmobstructie, lukte het hem om zich over te geven aan de noodzaak van behandeling. Van die behandeling knapte hij behoorlijk op. Hij nam zijn leven als nieuw ter hand en begon zich voor te bereiden op een reis die kort tevoren nog ondenkbaar was geweest.

De Nederlandse jaren waren de mooiste van zijn leven, zo placht mijn vader te zeggen. Tijdens zijn studententijd in de jaren zestig viel hij volledig samen met de heersende revolutionaire tijdsgeest. Als oud misdienaar ruilde hij de hemelse God in voor het aardse paradijs van de klasseloze samenleving.

Het viel goed te begrijpen dat Nederland de bestemming zou worden van zijn laatste reis. Ons gezin zette alles in het werk om het kleine wonder zich te laten voltrekken. Het werd een waardig afscheid, met een gang langs alle mensen en plaatsen waaraan mijn vader een laatste eerbetoon wilde brengen.

Terug op Curaçao ging het weer snel bergafwaarts, en luttele maanden nadat ik met hem langs de Utrechtse grachten had gewandeld, lag hij in een ziekenhuisbed in Willemstad te sterven. Met zijn dood begon het verwarrende rouwproces waarvan het schrijven van deze verhalen een voortzetting vormt.

Hoe rouw je om een vader die er op zoveel manieren ook al niet meer was toen hij nog leefde. Hoe houd je de herinnering aan een geniale en geliefde man in ere, zonder zijn geestelijke teloorgang weg te moffelen. Hoe vind je een manier om als jonge psychiater in spe over je schizofrene vader te praten zonder dat mensen die zelf de ziekte hebben zich gestigmatiseerd voelen. Dit is een kleine greep uit de redenen waardoor ik vooral één ding deed als het op mijn vader aankwam: zwijgen.

Nu ik het zwijgen heb beëindigd stromen de herinneringen binnen. Zo ook de beelden van de wachtruimtes in de Taams kliniek. Ze breken mijn hart en verwarmen het tegelijkertijd. Want in zijn stervensproces liet mijn vader de nabijheid toe waar het in voorgaande jaren zo vaak aan had ontbroken.