Videotheek

De videotheek, mijn lievelingsplek van heel Curaçao. Ongemoeid gelaten zou ik er een halve dag kunnen wegdromen voor de rekken, me vergapend aan de schijnbaar eindeloze mogelijkheden. Dat weet mijn vader, en dus laat hij me niet ongemoeid. Meteen bij binnenkomst zegt hij tegen me: “Kies er drie uit, denk er niet te lang bij na. Daarna kijken we samen welke we mee naar huis nemen.” Bijna overstuur van blije anticipatie krijg ik mezelf in het gareel door op te gaan in een soort hyperfocus. Nog een keer Platvoet en zijn vriendjes? Opnieuw Lion King? Aladdin in de herhaling?

Met de drie video’s in mijn handen kijk ik verwachtingsvol op naar mijn vader. Maar hij kijkt in de verte en is duidelijk diep in gedachten verzonken. Ik weeg mijn opties alsof het een gewichtige keuze betreft. Ik zet Aladdin als eerste terug en kijk beurtelings naar de video hoes in elke hand. Links Simba, omhoog gehesen door Rafiki. Rechts Platvoet, geflankeerd door zijn dinosaurus vriendjes. Ik krijg een beetje buikpijn van het vooruitzicht er één achter te moeten laten. Wat volgt is een graven in mijn geheugen; welke heb ik het vaakst gezien? Maar dat is niet te zeggen, ik ken beide films al zo goed dat ik lange stukken dialoog kan meepraten.

“Kom Naeem, we moeten gaan.” Mijn vader trekt The Lion King zachtjes uit mijn hand. “Ik denk dat je deze wil, of niet?” Ik schud van nee, pak The Lion King en leg hem terug in het rek. “Deze” zeg ik, en geef mijn vader Platvoet en zijn vriendjes. “Goede keus” zegt hij, en glimlacht naar me. Als we de videotheek uitlopen huppel ik van plezier. Dat doe ik zo onbesuisd dat ik m’n hand per ongeluk een paar keer uit die van m’n vader trek. Hoewel we op een parkeerplaats lopen en een vermaning niet had misstaan, blijft deze uit. Mijn vader pakt me slechts een paar keer zonder iets te zeggen snel bij mijn bovenarm, zodat ik tot stilstand kom en hem weer een hand kan geven.

Mijn vader parkeert de auto naast de ingang van Pita Supermarket. Op de stoep, voor onze auto, zit een zwerver. Mijn vader achterna lopend de supermarkt in kijk ik even over mijn schouder naar de sjofele man die gemeen uit zijn ogen kijkt en versnel daarna mijn pas. Tijdens het boodschappen doen droom ik heerlijk weg bij de gedachte straks Platvoet te kunnen kijken.

We laden de boodschappen in de auto en rijden het korte stukje naar huis. Ik merk niet op dat de zwerver weg is. Als mijn vader de winkeltassen uit de auto heeft gehaald ga ik op zoek naar mijn video. Met stijgende paniek kijk ik onder de stoelen, op de achterbank, in het dashboard, opnieuw onder de stoelen. De tranen stromen over mijn wangen terwijl ik het huis in ren. “Papa! Papa! De choler heeft mijn video gestolen!”

Als mijn moeder thuis komt, zit ik al even op mijn kamer te huilen. Het duurt niet lang voordat mijn ouders ruzie krijgen over de gestolen video. “George, je kan toch niet zijn video op de achterbank laten liggen en niet eens de deur op slot doen! Hoeveel gaat dat kosten? Dat geld hebben we niet.”