Vluchten van mijn vader, naar mijn vader

Mijn broers ogen schoten vuur toen hij me vanaf de bestuurdersstoel strak aankeek. Hij was de weg afgereden en had de auto tot stilstand gebracht. Hij wilde zich niet laten afleiden door het verkeer en zich volledig richten op onze ruzie. Er werd me toegebeten dat ik beter cardioloog ofzo kon worden, dan kon ik tenminste goed doen. In de psychiatrie hadden weldenkende mensen niets te zoeken. Ik probeerde laconiek te reageren, een beproefde tactiek wanneer het gebulder van mijn oudere broers zich aandiende. Ik mompelde dat hij zich geen zorgen hoefde te maken, ik ging wel eerst Freud lezen ofzo. Dan zou ik tenminste iets van het vak snappen voordat ik eraan begon.

Door: Naeem Juliana

Dit maakte mijn broer nog razender. Hij keek me aan alsof ik zienderogen mijn verstand aan het verliezen was. Hij verzekerde me dat er maar een paar mensen op de wereld waren die Freud konden lezen en begrijpen, dat ik dat niet hoefde te proberen. Waarom kon ik anders geen kinderarts worden, zoals één van onze andere broers. Wat was er nou aan mij zo speciaal dat ik precies datgene opzocht waar we ons hele leven al voor op de vlucht waren: gekte. De gekte van mijn vader, die ons niet alleen bang had gemaakt voor hem maar ook voor de gekte in onszelf.

Ik denk af en toe nog terug aan die confrontatie met mijn broer. Aan de felheid van zijn betoog, aan de vraag of hij mij niet onbedoeld in de armen van de psychiatrie heeft gedreven. Ik was namelijk veertien toen dit gesprek plaatsvond en bracht het scenario van psychiater worden maar half serieus ter sprake. Mijn toekomstbeelden kenmerkten zich in die jaren vooral door hun vormeloosheid. In mijn puberbrein kregen alleen die gedachten serieus gestalte die op weerstand van de buitenwereld stuitten. Dan was mijn interesse pas echt gewekt.

Na de zomervakantie waarin deze ruzie plaatsvond, kwam het accent in de mentorlessen op school steeds meer te liggen op onze latere studierichting. Ik vulde de ene na de andere online vragenlijst in, waaruit dan een top tien van opleidingen rolde. Inmiddels was het verboden vak psychiatrie niet meer weg te krijgen uit mijn gedachten. Mijn blik gleed over de door de vragenlijst aanbevolen studies heen, maar het stond allemaal steeds verder van me af. Ik voelde me almaar sterker aangetrokken tot dat ene afschrikwekkende, betoverende vak.

Het eerste psychiatrie college tijdens mijn opleiding geneeskunde sloeg ik over. Toen ik zag dat er een patiënt presentatie van de hoogleraar psychiatrie op het programma stond, wist ik meteen dat ik niet zou gaan. De hele dag lag ik in bed, eten liet ik bezorgen en ik vermeed de woonkamer van mijn studentenhuis. Ik geloof niet dat ik met iemand anders dan de bezorger een woord had gewisseld toen de avond inviel.

Grote delen van de dag keek ik naar de televisie op mijn studentenkamer. CNN; de presidentsverkiezingen van 2008. Op deze manier was ik het dichtst bij de meest veilige herinneringen aan mijn vader. Urenlang spraken we vroeger met elkaar over onze gedeelde hobby: politiek. Het waren meer monologen dan gesprekken, maar toch hadden we contact. Hij legde van alles uit en wees me op goede artikelen in de tijdschriften die op tafel lagen: The Economist, Time, Newsweek. Daar moest ik maar even een paar van lezen terwijl hij ging koken, zou hij me daarna weer wat uitleggen.